De winkelwagen is leeg

Meer dan vijf eeuwen Langhoirs Victorinen in Poperinge

Op het einde van de vijftiende eeuw waaide een frisse culturele wind vanuit Frankrijk richting Poperinge. Daar waren de Chambres de Rhétorique al een tijd ingeburgerd.

In Vlaanderen werden hier en daar ook dergelijke kamers opgericht. Ze moesten worden erkend door de hoofdkamer van de regio. Op 10 augustus 1531 kreeg De Langhorie haar officiële doopbrief van de Ieperse hoofdkamer Alpha en Omega. Hierin stond vermeld dat de kamer al minstens veertig jaar actief was, dus wordt 1491 algemeen als stichtingsjaar aangenomen. Dat is een jaar voordat ene Colombus Amerika binnenvoer.

Rederijkers wedijverden met elkaar om de “conste van de rede” in al haar vormen: ballades, lofdichten, rijmelarijen, tafelspelen, abelespelen, hagespelen en wagenspelen. Met een zilveren beker of schaal, een kan wijn of een lauwerkrans als prijs.

Kort na de Langhoirs Victorinen ontstonden nog vier andere rederijkerskamers binnen het middeleeuwse Poperinge: het Reine Crancbestier, de Lichtgeladen Kruysbroeders, de Onverzadigden en de Roeysche Barbaristen. Maar zoals een wijs man ooit verkondigde: rederijkers komen, rederijkers gaan; alleen de Langhoirs Victorinen bleven bestaan...

De naam Victorinen verwijst naar de H. Victor van Marseille, patroonheilige van de molenaars en beschermheilige van de gilde. In de zestiende eeuw onderhielden de Langhoirs Victorinen een altaar ter ere van haar patroon in de Sint-Bertinuskerk. Ook in de kenspreuk van de vereniging Victores Reddit Spiritus (de geest maakt ons tot overwinnaars) zit een verwijzing naar de heilige.

Voor de term Langhoirs zijn er verschillende verklaringen. Bepaalde bronnen spreken van “erfgenamen (hoirs) van Langhe”, maar de interessantste theorie slaat op de Poperingse uitspraak van “Lange Oren”, een verwijzing naar de ezel waarop Meester Ghybe reed. Lange oren werden ook op de zotskap gehangen en stonden symbool voor onwetendheid en zotheid.

In ons eeuwenlange bestaan waren er slechts enkele periodes van inactiviteit: na de Franse Revolutie en tijdens de Eerste Wereldoorlog. In 1934 speelden we als eerste in Poperinge de operette “In den Hommelpluk”, bekend van het Poperings volkslied “Als wij de schoenen tatsen”.

De laatste jaren staan er kwaliteitsvolle komedies op het programma. Ook worden soms monologen gespeeld in originele locaties. In het jubileumjaar 2016 kregen de Langhoirs Victorinen de Cultuurprijs uit handen van de stad Poperinge als “Meest Verdienstelijke Poperingnaar”.

Cultuurprijs meest verdienstelijke Poperingnaar

Meester Ghybe

De Langhoirs Victorinen werden gesticht in een woelige periode. Denk maar aan de beeldenstorm en de vete tussen Poperinge en Ieper.  Om de heersende wanpraktijken aan de kaak te stellen werd een spotvereniging opgericht: de 'Gilde van de Kei'. Hoofdman van deze vereniging was de (fictieve?) figuur van Meester Ghybe, te vergelijken met Don Quichote of Tijl Uilenspiegel.

Meester Ghybe

Zijn naam bestaat uit de eerste letters van Ghent, Yper en Brugghe: de grote steden die Vlaanderen (de ezel) verkeerd bestuurden en tevergeefs probeerden het (kei-)koppige Poperinge te bedwingen. Ghybe wordt dan ook uitgebeeld averechts op een ezel gezeten en met een grote kei op zijn schoot. Als harnas droeg hij potten en pannen en hij was bewapend met keukengerei. Op de markt aan het Vroonhof staat sinds 2005 een standbeeld van Lucien De Gheus die Meester Ghybe in deze pose voorstelt.

 Ghybe zou gezegd hebben dat in het hoofd van de Poperingnaars een grote kei lag – symbool voor de onwetendheid en slaafse volgzaamheid aan kerk- en wereldleiders –  die men er door middel van onderwijs moest uitrukken. Hiervoor zou hij de Langhoirs Victorinen hebben opgericht.

Binnen de Langhoirs Victorinen werd eeuwenlang een Ghybefiguur gekozen. Die was de nar of de zot die de satire binnen de vereniging moest bewaken. Het was een grote eer om zo opgevoerd te worden in stoeten en optochten.

In 1988 werd op de markt een grote kei van 1650 kg geplaatst die dienst deed als fontein. In 2006 werd dit monument vernieuwd en naast Meester Ghybe gezet, maar in 2012 weer weggehaald met de heraanleg van de markt. Het zou de bedoeling zijn om de kei weer een prominent plaatsje te geven in het Poperings straatbeeld, nl. in de nieuwe Rederijkerswijk aan de Langhoirsstraat.


Het blazoen

Het blazoen van de Langhoirs Victorinen dateert van 1561 en werd telkens meegedragen in de historische Ommegang. In 2016 werd het geschonken aan het Poperingse stadsarchief waar het veilig bewaard wordt.

Bovenaan de ruitvorm kan men een duif zien die de Heilige Geest voorstelt die komt uit een wolk van Rede. Daaronder de kenspreuk Victores Reddit Spiritus (wij overwinnen door de geest of rede).

Daaronder een prominente plaats voor de heilige Victor. Hij staat centraal afgebeeld met om de hals een molensteen, die verwijst naar zijn martelaarschap. Op de achtergrond stond een molen afgebeeld met hetzelfde doel. Voor de molen zit een molenaar op een ezel met een zak graan op zijn hoofd. Deze Ghybefiguur draagt ironisch de last zelf om het rijdier te sparen. Rechts van de heilige Victor wordt een man op een berrie door een korenveld gedragen. Op de achtergrond het middeleeuwse Poperinge en het heuvellandschap. In de onderhoek het wapenschild van stad Poperinge.

Blazoen

© Langhoirs Victorinen | Design by Web-ITC | Powered by SandComp